Weg naar Zwartberg 44, 3660 Opglabbeek


  Contact : 0471/ 09.34.31 - info@dierenartslangens.be

Ontwormingen

Waarom mijn paard ontwormen:

Alle paarden hebben wormen in hun maagdarmkanaal, soms met symptomen, maar vaak ook zonder enige klacht. Verschijnselen die door een wormbesmetting kunnen ontstaan zijn koliek, slechte groei, gewichtsverlies, diarree, doffe vacht, huidafwijkingen en longaandoeningen. Een goede wormbestrijding en preventie is daarom van groot belang. Voor meer informatie neem gerust contact op.

Er zijn verschillende soorten wormen die voorkomen bij het paard, de belangrijkste zijn:

De kleine bloedworm

Paarden besmetten zich door het eten van larven van deze parasiet op de weide. Uit eieren van de kleine bloedworm komt binnen enkele dagen een larve. Deze larven kunnen op de weide tot wel 6 maanden overleven. De larven kruipen op grassprieten omhoog en worden zo door het paard samen met het gras opgegeten. Eenmaal opgenomen graaft het larfje zich in in de darmwand van het paard. In de darmwand wordt het larfje volwassen. Sommige larfjes gaan in een soort winterslaap en doen veel langer over het volwassen worden. Grote hoeveelheden larven in de darmwand kunnen tot een ontsteking van de darmwand leiden en hierdoor diarree en/of koliek! Als de larven volwassen zijn keren ze terug naar de binnenkant van de darmen waar ze eieren gaan produceren.

De grote bloedworm

De larfjes migreren, nadat ze door het paard zijn opgegeten, door de darmwand heen. Via de bloedvaten van de darmen migreren ze naar de aorta. In de bloedvatwand worden de wormen deels volwassen. Via het bloed komen ze weer terug bij de darmen. In de darm worden ze helemaal volwassen en gaan ze eieren leggen. Het kruipen langs en groeien in de bloedvatwanden geeft een hoop schade. Dit kan leiden tot het vormen van bloedproppen die loskomen en kleinere bloedvaten van de darmen gaan verstoppen. Dit kan leiden tot zeer ernstige koliek.

De spoelworm

Spoelwormen zijn grote (10 tot 15 cm.), witte, duidelijk zichtbare, wormen. Paarden besmetten zich door het opnemen van eieren op de weide. Eenmaal uit het ei kruipt het larfje door de darmwand naar de lever van het paard. Via de bloedbaan gaat het larfje naar de longen. Vanuit de longen hoest het paard het larfje op en slikt het weer door en zo komt het larfje weer in de darm. Tijdens deze reis door het paard wordt het larfje een volwassen worm en richt zij veel schade aan, aan met name de longen van het paard. Veel volwassen spoelwormen in de darm kunnen tot koliek door een verstopping leiden.

Vooral jonge paarden worden door spoelwormen aangetast. Oudere paarden hebben vaak reeds een weerstand opgebouwd. Meer en meer wordt er resistentie van deze wormen gezien tegenover avermectines. Ze zijn meestal wel gevoelig voor fenbendazol en pyrantel.

Aarsmaden

De volwassen wormen leven in het laatste stukje dikke darm van het paard. Als het paard uitrust kruipen de wormen via de anus naar buiten en plakken hun eitjes rondom de anus vast. De worm kruipt weer terug en het eitje valt een tijdje later op de wei. De plakkerige eitjes op de anus geven jeuk bij het paard. Dit kan een oorzaak zijn van het schuren van paarden aan de staart.

Longworm

Longwormen komen vooral voor bij ezels. Opgenomen longworm-larfjes van op de weide komen in de darm terecht en gaan door de darmwand naar de longen. In de longen worden de wormen volwassen en leggen ze eieren. De eieren worden opgehoest en doorgeslikt en komen zo in de mest. Bij het paard worden de wormen meestal niet volwassen en komen er dus geen eieren in de mest. Bij ezels gebeurt dit wel. Ezels hebben over het algemeen geen last van de longwormen maar bij paarden richten de larfjes in de longen grote schade aan en kunnen ze longontsteking en dampigheid veroorzaken. Dus opgelet bij paarden die samen met ezels op dezelfde weide gehouden worden.

Horzellarven

Paardenhorzels leggen in de zomer kleine eitjes op de voorbenen van paarden. Het paard likt deze eitjes op, de eitjes komen uit en de larfjes kruipen in het mondslijmvlies van het paard. Na enige tijd gaan de larven naar de maag. De larven blijven tot het begin van de volgende zomer in de maag en komen daarna met de mest naar buiten om vervolgens te ontpoppen tot horzels. Veelal geeft deze parasiet geen problemen maar bij talrijke aanwezigheid ervan in de maag kan er een maagontsteking ontstaan met koliekerige symptomen tot gevolg.